D-Day

Zo… Heb ik even slecht geslapen. Vandaag moet ik naar het CBR om de Rijtest te doen. Gelukkig mag ik eerst nog naar de fysiotherapeut, dan kan ik me in elk geval pijnvrij in de ellende storten.

Zondag had ik al wat maatregelen getroffen, ik heb de auto uitgezogen en de oudste zoon gevraagd om naar het bijrijdersportier te kijken. Deze wil namelijk al een poosje niet meer van binnen open. Als je er aan die kant uit wilt moet je eerst het raam naar beneden doen en dan van buiten het portier open maken. Zo’n actie leek mij niet bevorderlijk voor een succesvolle Rijtest.
Gelukkig werd de oorzaak ontdekt en kon provisorisch met secondenlijm en een stukje tuinslang het mechanisme dat het portier ontsluit gerepareerd worden.

Ruim op tijd vertrok ik van huis. Ik wist niet precies waar het CBR was; ik kende de straat maar mij was nooit een gebouw van het CBR opgevallen. Gelukkig stond er een huisnummer in de brief dus hoe moeilijk kon het zijn… Grrrrr op panden in een straat waar voornamelijk industrie en groothandels gevestigd zijn staan geen huisnummers. In elk geval niet duidelijk in het zicht van een zenuwachtige, voorbijrijdende automobiliste.

Toch maar de hulp van de navigatie inroepen. Want die weet wel welk nummer bij welk pand hoort. Maar dan rijd je dus in een straat waar je niet keren kunt en moet je eerst helemaal heen en dan helemaal terug om te zien dat het gebouw aan het begin van de straat stond. Direct naast de ingang was een open parkeerplaats waar ik vooruit mijn auto neerzette. Ohhh dat is niet handig want straks krijg ik van de zenuwen de auto niet zonder schade achteruit uitgeparkeerd. Met inmiddels hele hoge nood de auto achteruit ingeparkeerd.

Eerst was ik ruim op tijd en nu was ik bijna te laat en ondertussen moest ik ook nog heel nodig plassen. Gelukkig vond ik het toilet sneller dan ik het gebouw had gevonden en kon ik eindelijk gaan zitten wachten op de dingen die komen gingen. Een lange meneer met puntlaarzen en een lederen tas kwam naar mij toe. Lekker knus kwam hij naast mij zitten een verhaal houden over wat de bedoeling was om mij gerust te stellen maar onbedoeld traumatische herinneringen oproepend. Want de man van het staatsexamen klopte ook op mijn knie en zei “Het komt wel goed, mevrouwtje”. En vanaf dat moment gingen bij mij alle lampen uit en wist is niet eens meer dat ik in een auto zat, laat staan hoe die werkte. Ruitenwissers aan in plaats van richtingaanwijzers en mijn koppelingsbeen trilde zo hard dat de auto afsloeg bij elk stoplicht.

Samen liepen we naar mijn perfect ingeparkeerde auto en hij zag dat het lopen oké was. Om de kracht in de benen te meten werd er een apparaatje op de rempedaal gelegd en werd de kracht in de benen gemeten. Ook dat was oké. Toen vouwde de lange meneer – van de zenuwen had ik zijn naam niet onthouden – zich in mijn kleine autootje; even flitste er door mijn hoofd ‘als de deur het straks maar doet…’

De Rijtest zelf stelde niets voor: rondje rijden, vooral veel kletsen ondertussen en tot slot een reactiesnelheid remtest. Ojee, als dat maar goed gaat! Dertig kilometer per uur rijden en heel hard remmen op het teken van de lange meneer. Gelukkig hielden de gordels het en zijn we niet door de voorruit gevlogen. Jippie! Geslaagd met vlag en wimpel! Misschien ben ik dan nu eindelijk over mijn rijexamenangst heen. Gelukkig hoef ik dat pas over vijf jaar te bewijzen, als ik dan nog auto rijd. Want, tja, met PPMS weet je het natuurlijk nooit..

Vrolijk reed ik de lange meneer terug naar het CBR gebouw… Goed opletten Grietje, bij de bushalte rechtsaf want anders rijd je er zo weer voorbij. Voor de deur zette ik mijn autootje stil om de meneer uit te laten stappen. Jammer maar helaas deed de deur het niet, maar net als de kinderen doen deed hij het raampje naar beneden en maakte met een glimlach de deur van buiten af open. Gelukkig heeft een lange meneer ook lange armen.

Grietje

Nog geen reacties.

Geef een reactie